Onderwijs: recht of plicht?

Peggy Lesquillier,
Advokaat

In mijn dagelijkse leven ben ik advokaat, onder andere in kinder- en familiezaken en strafrecht. Zo weet ik dat veel kinderen met vragen en problemen zitten en ze daar niet zo gauw over praten. Bijvoorbeeld als ouders gaan scheiden, bij wie gaan ze dan wonen? Soms moet een kind naar een andere school of naar een pleeggezin.
Enkele gevolgen zijn: kinderen raken op het dievenpad raken of ze worden onberekenbaar en agressief, of juist stil en teruggetrokken of ze hebben helemaal nergens zin in, ook niet in school.

School & ouders

In mijn advokatenpraktijk krijg ik steeds meer te maken met ouders en kinderen die in konflikt komen met scholen. Het moment dat ze bij mij komen, is meestal omdat de Raad voor de Kinderbescherming of Buro Jeugdzorg wil dat de kinderen uit huis worden geplaatst en/of onder toezicht worden gesteld. Tegelijkertijd komen zij in aanraking met de leerplichtambtenaar en Justitie, als ouders hun kind thuis houden en ze bij de kantonrechter moeten komen wegens schoolverzuim.

Er zijn veel redenen dat kinderen niet (meer) naar school gaan, maar de mest voorkomende zijn: pesterijen, te druk, agressief, crimineel gedrag, onvoldoende concentratie. “ADHD” volgens de school, met een advies voor Speciaal basisonderwijs. Vaak gaat de diagnose ADHD ook gepaard met het voorschrijven van medicijnen, vooral Ritalin.

Volgens de ouders hebben hun kinderen een andere manier van onderwijs nodig, zijn ze gevoelig, rustig en geconcentreerd als ze met dingen bezig zijn die hun echt interesseren.

Uit de vele testen en psychologische verslagen die ik de laatste tijd heb gelezen, blijkt dat veel van deze zogenaamde ‘moeilijk hanteerbare ” kinderen op een of meer terreinen begaafd zijn.

Een voorbeeld kan de vele problemen wellicht duidelijk maken.

Hierbij merk ik op, dat het verhaal op waarheid en feiten berust, maar de namen en scholen zijn door mij verzonnen zijn voor dit doel. Als ze lijken op een herkenbare naam van iemand of van een school, dan is dat zuiver toevallig.

Op een morgen ging mijn telefoon. Een vrouw (ik noem haar: Els) vertelde dat haar zoontje van school was gestuurd en dat hij naar het speciaal basisonderwijs moest. Dat willen we niet, mijn man en ik leerplichtambtenaar komen en tegen hem hebben we gezegd dat we graag willen dat ons kind naar school gaat, maar dan wel naar een gewone school. En later is er een vrouw van de Raad voor de Kinderbescherming bij ons op bezoek gekomen om een rapport te maken. En zij vertelde ons dat als ons kind naar school gaat, wij ook bij de strafrechter moeten komen.

“Maar, we zijn toch geen criminelen, mevrouw?”

Ze klonk behoorlijk overstuur en ik probeerde er voorzichtig achter te komen wat de aanleiding was voor deze toestand.

“Hoe heette uw zoontje, vroeg ik?

Bobby. En hoe oud is Bobby? 10. En heeft hij iemand geslagen of uitgescholden dat hij van school moet?

Nu leek de moeder in een klap rustig. Mevrouw, zei ze, Bobby gaat heel graag naar school en het is een lieve jongen.”

Nu vinden bijna alle ouders dat hun kinderen lief en knap zijn, en zo hoort het ook.
Maar ik ken ook situaties waarin kinderen zeker geen lieverdjes zijn. Dus ik was een beetje terughoudend.

“Okee, zei ik, Bobby vindt het leuk op school. Heeft hij ook vriendjes of vriendinnetjes, broertjes of zusjes waar hij graag mee speelt?

Hij is ons enig kind, zei die moeder, maar met het buurjongetje Peter trekt hij veel op en hij heeft een vriendje op de sport club, Martijn. Bobby tennist, en best goed hoor, voegde ze er aan toe, met enige trots.


Dat klinkt allemaal goed, antwoordde ik. We maakten een afspraak en zo hoorde ik het hele verhaal: “Bobby wordt gepest, en al jaren lang en de scholen doen er niets aan. En afgelopen vrijdag zat die pester weer in Bobby’s armen te knijpen en te zeggen dat hij hem op zou wachten, buiten school.

En toen is Bobby ineens zo kwaad geworden en heeft hij die pester vastgegrepen en op de grond gegooid. En hij heeft geschreeuwd en gescholden op die jongen en toen heeft Juf Alie Bobby vastgehouden en tegen hem gezegd dat hij naar de direkteur moest gaan.

Daarna heb ik zelf een gesprek aangevraagd met de direkteur. Die vertelde ons dat Bobby niet te handhaven was en beter op een speciale school kon gaan. Daar kon hij ook begeleid worden voor zijn gedragsproblemen.

Die direkteur is een aardige vent hoor maar hij snapte gewoon niet waar dit over ging.
Ik zei tegen hem: Bobby is degene die al maanden gepest wordt, en jullie moeten daar tegen optreden. De school moet ook veiligheid bieden aan kinderen en daar ben jij verantwoordelijk voor. Hij was het niet eens met mij en dat was einde gesprek.

Wat denkt u? Nog geen week later ontvingen we een brief van Bobby’s school de Zonnebloem, dat zij het RIAGG hadden ingeschakeld om Bobby te onderzoeken en te testen welke school geschikt voor hem zou zijn.

We hebben meegewerkt omdat er volgens ons niet mis was met Bobby. Het was verschrikkelijk, voor Bobby maar ook voor ons. Bobby moest bijna iedere dag allemaal vragenlijsten invullen, soms wel 4 uur achter elkaar. Ook hebben ze met ons gesproken, over wie we zijn en wat onze achtergrond is. En dat heeft een week lang geduurd. Bobby kreeg er nachtmerries van, hij werd steeds nerveuzer en drukker. En hij miste school. En wat kwam er uit die onderzoeken, vroeg ik?

Bobby heeft ontwikkelingsstoornissen en een vorm van ADHD, maar hij is ook bovenmatig intelligent. Hij zou speciale begeleiding moeten krijgen en naar het speciaal basisonderwijs moeten.

Ik ben het helemaal niet eens met die onderzoeken, ging Els door. Ze zijn niet ingegaan op het feit dat ons kind al zolang gepest wordt, dat hij daarom die ene keer geëxplodeerd is.

Dat kan toch iedereen gebeuren, waarom dan niet een kind, zei ze?

En als ze Bobby bezig zien, thuis met zijn spelletjes of met zijn vriendjes dan zien ze hoe hij werkelijk is. Voor mijn part komen ze met een video , maar dat willen ze niet.”

Bobby is er niet bij als we dit gesprek hebben, omdat hij het niet meer kan horen, volgens zijn moeder.

Na een half uurtje komt hij toch binnen en gaat ergens in een hoekje zitten, met een boekje.

Ik had net m’n kopje thee op of Bobby staat ineens naast mij. Wilt u m’n telescoop zien, die heb ik in mijn kamer.

Ja, leuk, zeg ik, en even later loop ik voorzichtig het domein van Bobby binnen.
Een leuke kinderkamer, met vrolijke kleuren en platen aan de muur van raketten en sterren.
Een grote telescoop staat klaar om de hemel te onderzoeken.
Terwijl ik het instrument bewonder en er doorheen kijk, vertelt Bobby mij over planeten en sterren die hij gezien heeft en of ik ook van de serie Startrek en zo hou.

Nou toevallig mis ik geen enkele aflevering, Bobby, zeg ik naar waarheid. Hij glimlacht voor de eerste keer.

Terwijl hij nog wat boeken laat zien over avonturen ter zee en in de lucht, heb ik even tijd om naar hem te kijken.

Het is een vriendelijke, stevige jongen, een soort Hollandse bint, met stekeltjes. Hij kijkt serieus, maar als hij vertelt over zijn sterren hobby en zijn tenniswedstrijden, begint hij toch een beetje te stralen.

“We moeten zo weer naar de huiskamer, hoor, zegt ie, want ik ga met Martijn een beetje bij de sloot hangen. Kijken of we visjes kunnen zien.”

Omdat de ouders het zeker niet eens waren met de pschychologische rapportage van het RIAGG, hebben zij een psycholoog ingeschakeld die meer ervaring heeft met kinderen die meer begaafd zijn en dezelfde soort problemen hebben.

Hij heeft de onderzoeken gelezen en met Bobby en zijn ouders gesproken. Interessant is dat hij tot de konklusie kwam dat Bobby misschien een beetje wijs is voor zijn leeftijd, en serieus, maar dat hij in ieder geval nadacht voordat hij iets zei. Verder is het een vriendelijke jongen, die misschien moet leren om verschil te maken tussen een geintje en iets echts gemeend.

Ondanks dit positieve rapport van de psycholoog, adviseert de Raad voor de Kinderbescherming dat Bobby naar het speciaal basisonderwijs moet.

Ook Basisschool De zonnebloem heeft het laatste rapport gelezen, maar zij vinden het riskant om Bobby weer terug te nemen op school.

De ouders proberen alle gewone basisscholen in hun buurt, maar geen van de scholen wil Bobby toelaten, omdat er al een positief advies ligt voor het speciaal basisonderwijs, zeggen ze. We kunnen er verder ook niets aan doen. Dat zijn de afspraken die gemaakt zijn op grond van het Zorgplan.

Nadat de ouders dit slechte nieuws hebben gehoord, moeten ze weer met de leerplichtambtenaar gaan praten.

“Stuur uw kind toch naar het speciaal basisonderwijs dan gaat hij naar school en krijgt hij goede begeleiding.

Als Bobby niet naar school gaat, dan moet u voor de rechter verschijnen en misschien raakt u wel uw kind kwijt, omdat u onder toezicht wordt gesteld.

Ik vind het ook niet leuk, maar dat zijn de regels”, zei de leerplichtambtenaar.

Maar kunt u dan niet helpen om een gewone school te vinden, die wel geschikt is voor Bobby.
U bent toch leerplichtambtenaar! had Els nog geroepen.

Ja, maar dat is niet mijn taak mevrouw, antwoordde hij, waarop Els woedend is weggegaan.”

Een maand later moesten de ouders bij de kantonrechter komen, want dat Bobby niet naar school ging is een overtreding van de Leerplichtwet en een strafbaar feit.

De ouders hebben de hele situatie uitgelegd en nog eens duidelijk verteld aan de rechter dat zij ook willen dat hun kind naar school gaat, maar dan wel naar een gewone school omdat Bobby ook een gewoon kind is.

De rechter vindt het ook een moeilijke situatie want de ouders hebben de Leerplichtwet overtreden, maar hij vindt ook dat er tegenstrijdige rapporten zijn van de hulpverleners. De ene zegt dat Bobby gedragsproblemen heeft en de ander vindt Bobby een gewone, vriendelijke, en zelfs boven-intelligente jongen.

De rechter houdt de zaak aan totdat er een duidelijk beeld is van Bobby. Er moet dus een ander rapport komen.

Inmiddels zijn we 4 maanden verder en zijn de ouders emotioneel en fysiek aan het eind van hun Latijn.

Ook met Bobby gaat het heel slecht. Hij slikt kalmerende middelen. Hoewel deze homeopathisch zijn, mag hij ze ook niet te lang gebruiken.

Hij gaat al die tijd ook niet naar school en dat mist hij heel erg. Zijn vriendjes ziet hij nog wel en daar heeft hij nog een beetje plezier van.

Maar onderzoeken wil hij niet meer doen.

Ook de ouders willen niet meer dat hun kind wordt onderworpen aan psychologische onderzoeken en testen waar toch niets uitkomt waar zij en Bobby verder meekomen.

De ouders besluiten om helemaal opnieuw te beginnen, in een andere streek en een andere stad, waar mogelijk een school is die wel geschikt is voor hun kind Bobby.

Ander Onderwijs

De meeste ouders willen dat hun kind naar school gaat, maar belangrijk is dan wel dat de school afgestemd is op de behoeften van het betreffende kind. Nu zijn er steeds meer schooltjes die hieraan voldoen, maar zij zijn niet erkend en moeten door de ouders zelf betaald worden. Vooral dit financiële aspekt is voor veel ouders een hoge drempel. Anderzijds blijft de vraag naar ander onderwijs groeien, maar zijn er te weinig scholen.

Het recht

Daarnaast zijn er ouders die hebben ervaren dat hun kinderen het beste tot ontplooiing komen, buiten school. Zij kiezen bewust voor thuis onderwijs of unschooling. In Nederland is thuisonderwijs verboden en strijdig met de Leerplichtwet. Dit is interessant en nogal merkwaardig omdat thuisonderwijs wereldwijd toegestaan is en zelfs in veel grondwetten van andere landen verankerd is, zoals de Verenigde Staten, Australië, maar ook van Europese landen als Engeland, Ierland, België.

Recht op Onderwijs

Ook als we kijken naar Internationale Verdragen en het Kinderrechten Verdrag dan zien we daarin het universeel idee neergelegd dat onderwijs een recht is, en dat dit recht geldt voor ieder kind, waar ook ter wereld.

Bovendien kennen wij in onze eigen Grondwet, de Vrijheid van Onderwijs. Deze vrijheid was aanvankelijk beperkt tot de keuze voor openbaar, katholiek of protestants onderwijs, maar is uitgebreid tot de keuze voor Montessori, Dalton, Freinet, Vrije School onderwijs.

De groeiende behoefte bij kinderen om een ander soort onderwijs, is een nieuwe ontwikkeling die om een geschikt antwoord vraagt van het Recht en van de Overheid.

Het internationale recht biedt volgens mij voldoende aanknopingspunten om bij deze nieuwe ontwikkelingen aan te sluiten. Dit recht spreekt slechts over het recht op onderwijs, zodat ieder soort van onderwijs hieronder kan vallen. Dus ook thuisonderwijs, unschooling, Nieuwe tijdsonderwijs of alternatief onderwijs.

Leerplichtwet

Onze Grondwet, in het artikel 23 over Vrijheid van Onderwijs en de Leerplichtwet geven juist problemen. Ik meen dat dit in eerste instantie komt omdat deze rechtsregels tegengesteld zijn. Immers, de vrijheid en de keuze van onderwijs kan niet samengaan met de plicht tot leren, welke leerplicht door de overheid, instanties en scholen gehanteerd wordt.

Daarnaast bevat de Leerplichtwet eveneens de plicht om naar school te gaan, terwijl deze schoolplicht niet strookt met het internationale recht. Immers, zoals ik hiervoor aangaf, dit laatstgenoemde recht spreekt niet over een leerplicht, noch over een schoolplicht, maar over een recht op onderwijs..

Mogelijk heeft de opvatting school- of leerplicht daarmee te maken dat de Leerplichtwet nog stamt uit de vorige eeuw toen kinderen niet naar school gingen omdat ze moesten werken, thuis, in de fabriek of op het land. Een maatschappelijke situatie, die nu nog voortduurt in Afrika en Azië, bijvoorbeeld in India en Thailand, maar niet meer in ons land voorkomt.

Een ander probleem is dat de overheid en de rechterlijke macht de begrippen richting en levensbeschouwing in de Leerplichtwet nog steeds beperken tot een godsdienstige overtuiging, terwijl zowel het Europese en Internationale recht het recht op onderwijs uitbreiden met filosofische levensbeschouwing.


Dit houdt in dat ouders die hun kinderen niet naar scholen in de buurt willen sturen omdat deze niet stroken met hun filosofische levensbeschouwing, ook vrijstelling meoten krijgen van de Leerplichtwet. Zo’n levensbeschouwing kan bijvoorbeeld zijn dat we ook een kind zien als een eenheid, waarin geest, ziel en lichaam samenkomen. Een holistische visie die al eeuwen in de Oosterse Geneeskunde, zoals acupuntuur, bestaat en die de laatste twintig jaar ook beoefend en uitgedragen wordt in de alternatieve geneeswijzen.

Nieuw recht & Onderwijs

Zoals gezegd, is de leerplicht omgezet en gegroeid naar het recht op onderwijs, althans op internationaal niveau. Nu Nederland echter gebonden is aan zowel het Europese Recht en aan de bovengenoemde internationale verdragen, dient zij ook onze Leerplichtwet te schrappen en het recht op onderwijs in onze Nationale wet- en regelgeving op te nemen.

Dit recht op onderwijs dient vervolgens breder opgevat te worden dan het recht om naar een school te gaan. Onderwijs, volgens internationale beginselen, kan tot uitdrukking komen in vele vormen en op verschillende plekken. Zolang het maar tegemoetkomt aan de volle ontplooiing van kinderen, wat betreft hun lichamelijke ontwikkeling, sociale vaardigheden, emotionele behoeften, hun denken en andere talenten.

Voor sommige kinderen geven de traditionele scholen voldoende aansluiting en aanbod voor hun volledige ontwikkeling.

Voor kinderen als Bobby, voldoet het huidig onderwijs onvoldoende, omdat de leerstof te weinig uitdagend is, wat tot verveling of tot druk gedoe kan leiden.

Daarnaast zijn er kinderen die op een heel andere manier leren, zodat de huidige lesmethoden en het lesmateriaal ook voor hen niet geschikt is.

Ook zijn er kinderen die het niet redden om de hele dag binnen te zitten, tussen 20 tot 30 kinderen, omdat de spanningen of energieën voor hen teveel is, of omdat zij zelf teveel energie hebben die op een goede manier gekanaliseerd moet worden.


Gelukkig bloeien er op vele, verschillende plekken, nieuwe initiatieven van leerkrachten en hulpverleners op, die andere vormen van onderwijs trachten te realiseren.

Gelet op deze ontwikkeling van nieuwe onderwijsvormen en de groeiende behoefte van kinderen aan vernieuwing van het onderwijs, is het buitengewoon belangrijk dat ook de overheid haar verantwoordelijkheid neemt. In de eerste plaats door de wet- en regelgeving te veranderen en deze aan te passen aan het internationale recht door schoolplicht te wijzigen in het recht op onderwijs. En door verschillende levensbeschouwingen en filosofieën te erkennen, ook in juridische zin.

Daarnaast is het noodzakelijk dat de overheid de erkenning van het recht op onderwijs ook vertaalt in financiële termen.
Bijvoorbeeld door struktureel geld vrij te maken voor ouders, initiatieven en scholen die het onderwijs op een andere, vernieuwende manier vorm willen geven.

Dit vernieuwingsproces gaat niet op 1 dag en is ook niet gratis. Er is geld, menskracht, onderzoek en andere opleidingen nodig, Middelen die ook gegeven worden voor het huidige onderwijs.

De vraag is of deze financiering gekoppeld moet worden aan toezicht of eerder aan een vorm van begeleiding c.q. samenwerking. Zinvoller lijkt mij dat de overheid en de onderwijsinitiatieven elkaar op de hoogte houden en elkaar voeden.
Temeer, omdat de overheid en veel ouders naar mijn idee al één gemeenschappelijk belang hebben bij onderwijs, zoals het leren van zelfstandigheid en bijdragen aan samenleving.

Zelfstandigheid en Bijdragen aan Samenleving

Het achterliggende doel van de overheid lijkt te zijn om kinderen te laten opgroeien tot burgers die zelfstandig in hun bestaan kunnen voorzien en hun bijdrage kunnen leveren aan onze maatschappij. Ouders en het onderwijs hebben hierbij als taak om kinderen voor deze doelen de nodige kennis en vaardigheden mee te geven.

In deze doelen, zelfstandigheid en bijdragen aan onze samenleving, zal bijna iedereen zich kunnen vinden, omdat het enerzijds ruimte laat voor individuele ontplooiing van het kind en het kind anderzijds groepsverantwoordelijkheid bijbrengt.

Een neveneffekt van deze doelstelling is echter dat onze maatschappij en veel scholen menen dat deze doelen gericht moeten zijn op hoge scores en cijfers, op carrière maken, status en veel geld verdienen.

De vraag is of deze materiële doelen nog wel tegemoetkomen aan andere ontwikkelingen in de wereld en aan nieuwe behoeften van kinderen en ouders.

Verschijnselen Nieuwe Tijdperk

Zoals ik hiervoor al aangaf, de wereld verandert, kinderen worden mondiger, intelligenter, misschien hoogbegaafder. Dit kan betekenen dat het gymnasium van nu, de basisschool van morgen is. Houdt dit tevens in dat we straks allemaal dokters, ingenieurs en wetenschappers hebben? Dit is niet waarschijnlijk omdat ook in de ontwikkeling van mensen 3 niveaus zijn te onderscheiden, te weten het gemiddelde (meestal 2/3 deel), de boven- en ondergemiddelde, beide 1/3 deel. Dit is te vergelijken met de antwoorden op veel enquêtes, vooral met betrekking tot politiek. Ja, nee, geen mening.

Daarnaast blijkt uit onderzoeken, internet en de praktijk dat kinderen en jongeren steeds minder interesse hebben in de zogenaamde harde vakken als fysica en techniek. Hun belangstelling lijkt steeds meer in de richting te gaan van andere religies, met name het Boeddhisme, en van buitenaardse verschijnselen. Het wereldwijde succes van Star Trek en Harry Potter zijn nog maar twee voorbeelden.

Daarmee zetten de hedendaagse kinderen, of liever gezegd, de kinderen van het nieuwe tijdperk, een belangstelling voort die al eeuwen oud is, maar die in de zestiger jaren op wereldschaal tot uiting kwam in de vorm van grote bewegingen als Flower Power, Vredes- Milieu en Vrouwenbewegingen. Denk aan muziek van bijvoorbeeld de Beatles en Crosby, Stills Nash & Young en Oosterse boeken over onder meer energieën, geesten, reïncarnatie.

Het waren bewegingen die het bewustzijn en de horizon van miljoenen mensen hebben verruimd, hetgeen er onder meer toe heeft geleid dat steeds meer mensen niet meer als levensdoel hebben carrière maken en status verwerven, maar hun leven op een andere wijze zin willen geven. Anders gezegd, er vond een omslag in het denken plaats. In plaats van een gerichtheid op materiële zaken, ging een groeiend aantal mensen streven naar meer geestelijke waarden en spirituele aktiviteiten (de wereld is een broeder- en zusterschap, samen delen, gelijkheid, astrologie, Oosterse filosofie).

Epiloog

Mijn artikel is bedoeld als een aanzet tot discussie over vernieuwing van het onderwijs en van het recht. Ik roep daarom alle ouders, kinderen, leerkrachten, juristen, leerplichtambtenaren en hulpverleners van harte op om een konstruktieve bijdrage te leveren, op het gebied van onderwijs, recht of hulpverlening.



Dit artikel van advocaat Peggy Lesquillier is eerder verschenen in Kind en Nieuwe tijd, de nieuwsbrief van de Stichting Nieuwetijdskinderen.

Thuisonderwijs, schadelijk of een goed recht?

Het is 11 uur op dinsdagochtend. Bart, Lilian en Tobias zitten rond de
keukentafel. Moeder Jantien heeft een map voor zich liggen en vraagt de
kinderen wat ze van plan zijn vandaag te doen. “Ik ga vandaag rekenen en
aardrijkskunde doen”, zegt Lilian (9). “Met rekenen gewoon uit het werkboek en
voor aardrijkskunde ga ik verder met mijn bodemonderzoek in de tuin.” Bart (12)
meldt dat hij eerst nog gaat lezen in zijn spannende boek en daarna wat op gaat
zoeken op internet, voor zijn werkstuk over olieboortorens. Tobias (5) gaat
buiten spelen. Jantien schrijft het allemaal op in de map die voor haar
ligt.


Een gemiddelde, doordeweekse dag bij de familie Steenders. De kinderen
Steenders krijgen thuisonderwijs en zitten niet op school. Steven en Jantien
hebben besloten hun kinderen thuis onderwijs te geven, omdat ze op die manier
meer tijd kunnen doorbrengen als gezin en zodat ze hun kinderen kunnen opvoeden
en laten leren zoals ze dat zelf willen. Ze waren het niet eens met de
leerdoelen die van de scholen in de buurt hadden en hebben op die manier
vrijstelling gekregen voor het niet naar school gaan van hun kinderen. Elke dag
overlegt Jantien met haar kinderen over wat zij die dag zullen doen. Dat hoeft
niet uitsluitend regulier schoolwerk te zijn. Jantien: “De kinderen werken veel
aan (zelfbedachte) projecten, waarbij ze van alles kunnen betrekken: als het
gaat over ridders, zoeken ze in boeken op hoe ridders leefden (geschiedenis),
waar ze leefden (aardrijkskunde). Bij het maken van een maquette van een
legerkamp wordt er gerekend en gaandeweg komen er veel onderwerpen aan bod, die
allemaal worden uitgezocht, in de bibliotheek of op internet.” De kinderen
werken ook niet op vaste tijden. Jantien: “Ze kunnen hun eigen tijd indelen, in
overleg met mij. Ik houd bij wat er per dag gedaan wordt en houd ook bij of er
genoeg gedaan is voor het leerplan van die week.” Eigenlijk is het
thuisonderwijs de oudste onderwijsvorm. Al sinds er ouders en kinderen op deze
aarde zijn, leren ouders hun kinderen hoe te overleven in de maatschappij. De
industriële revolutie heeft hier verandering in gebracht. Ouders waren toen
nodig om in de fabrieken te werken en de school als instituut nam toen de
verantwoordelijkheid over om de kinderen te onderwijzen.



Bart, Lilian en Tobias zitten niet op school, maar krijgen thuis les van
hun ouders.


Als mensen in Nederland al gehoord hebben van thuisonderwijs (TO), dan is dat
vaak vanuit de Verenigde Staten, waar het aantal thuis onderwezen kinderen de
laatste jaren enorm toeneemt. Vaak zijn de ouders ontevreden met de prestaties
van de scholen die door de overheid worden gerund en gaan meer en meer gezinnen
in de VS hun kinderen thuis onderwijzen. Schattingen lopen uiteen van 500.000
tot 750.000 kinderen, sommige schattingen komen zelfs op 1.23 miljoen. In 1999
was de schatting 1,7 tot 3,0 procent van de leerlingenpopulatie (vijf tot
achttien jaar) (Blok, 2001). In Europa ligt dit percentage onder de 1,0 procent.
Bij de herziening van de Leerplichtwet (1969) is thuisonderwijs in Nederland als
alternatieve onderwijsvorm verdwenen en sindsdien is het moeilijk voor ouders om
te regelen dat ze hun kinderen thuis kunnen onderwijzen. Steven: “We hebben
verschillende brieven moeten sturen naar de gemeente, de leerplichtambtenaar is
langs geweest en later zelfs nog iemand van de kinderbescherming.” Artikel 5b
van de leerplichtwet meldt onder andere dat ouders die “tegen de inrichting van
het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning – of, indien zij
geen vaste verblijfplaats hebben, op alle binnen Nederland – gelegen scholen
onderscheidenlijk onderwijsinstituten waarop de minderjarige geplaatst zou
worden, overwegend bezwaar hebben” vrijstelling kunnen krijgen van de
leerplicht. Om vrijstelling te kunnen krijgen moet je een verzoek in dienen bij
de burgemeester en wethouders van je woonplaats. Dit verzoek moet één maand
voordat je kind de leerplichtige leeftijd heeft bereikt ingediend zijn. Je kind
mag in het jaar daar voorafgaand nog geen school of onderwijsinstituut hebben
bezocht.



Kinderen die thuis onderwijs krijgen zijn socialer.


Waarom thuisonderwijs?


In Nederland is het onderwijsbeleid de laatste tientallen jaren steeds
bemoeizuchtiger geworden. De leerplichtige leeftijd is verlaagd en kinderen
moeten meer naar school in plaats van minder. Een belangrijk achtergrondmotief
voor die grotere bemoeizucht betreft de zorgen rond de multiculturele
samenleving. Veel allochtone kinderen komen met een taalachterstand naar school.
Voor deze kinderen zou het belangrijk zijn om al met vier jaar naar school gaan,
om de onderwijsachterstand niet nog groter te laten worden. Het grootste deel
van de kinderen in Nederland heeft hier echter niets mee van doen en zal wel
gedwongen worden om naar school te gaan op vierjarige leeftijd. De keuzevrijheid
van de ouders lijkt hierbij in het geding te komen. Er zijn er grofweg vier
redenen aan te geven waarom ouders hun kinderen thuisonderwijs willen geven. De
eerste is van levensbeschouwelijke aard. De redenen kunnen zeer divers zijn.
Sommige ouders vinden dat bepaalde geestelijke waarden en normen op scholen niet
of onvoldoende worden onderwezen of dat er onderwerpen worden onderwezen die
ingaan tegen hun godsdienstige overtuigingen. Er zijn ook ouders die op basis
van hun overtuigingen hun kinderen niet willen onderbrengen in ‘instituten’,
zoals de school. Dan zijn er in de tweede plaats pedagogische redenen. Er zijn
ouders die het niet eens zijn met bijvoorbeeld de inrichting van het onderwijs.
Zo zijn er ouders die vinden dat kinderen pas op de leeftijd van 8-10 jaar
moeten leren lezen, rekenen en schrijven of pas als het kind er zelf aan toe is.
Er zijn ook ouders die vinden dat je het kind geen onderwijs moet opleggen, maar
dat het kind er zelf om dient te vragen en dat de docent daar dan op in moet
spelen. Ten derde zijn er ouders die een reizend beroep hebben (werkend bij een
circus of kermis bijvoorbeeld). Deze ouders kunnen ook kiezen voor
thuisonderwijs. En als laatste zijn er gehandicapte kinderen of kinderen die
niet mee kunnen op een reguliere of speciale school. Voor deze kinderen is het
soms beter om thuis les te krijgen. Vaak vormen enkele van deze redenen samen de
aanleiding om na te gaan denken over thuisonderwijs.


Onderzoek naar thuisonderwijs


In Nederland is er nauwelijks onderzoek gedaan naar thuisonderwijs. Dit in
tegenstelling tot de Verenigde Staten en Canada. Uit onderzoek komt naar voren
dat thuisonderwijs extra kansen schept voor de ontwikkeling van kinderen. Niet
lang geleden is er een overzicht gemaakt van onderzoek dat voornamelijk is
gedaan in de VS en Canada. Kinderen die thuisonderwijs krijgen, scoren hoger bij
de schoolvorderingen én bij de sociaal-emotionele ontwikkeling dan hun
leeftijdsgenoten die op school worden onderwezen. Volgens sommige onderzoeken
bedraagt de gemiddelde voorsprong van thuis onderwezen kinderen uiteindelijk
zelfs meerdere leerjaren. De vrees voor zogenoemde wereldvreemde kinderen, die
sociaal geïsoleerd opgroeien, blijkt ook ongegrond. Ook de overdracht van normen
en waarden lijkt bij ouders in betere handen dan bij leeftijdgenoten. De invloed
van leeftijdgenoten is niet alleen positief. De ervaring leert óók dat
thuisonderwijs veel minder tijd kost dan schoolonderwijs. Veel kinderen hebben
genoeg aan een halve dag. Dat er onderzoek gedaan is naar de ‘wereldvreemheid’
van kinderen die thuis worden onderwezen, is niet zo gek. Ook Steven en Jantien
worden hierover met vragen bestookt. Jantien: “Eén van de eerste vragen die
mensen ons stellen is vaak hoe het zit met de socialisatie van de kinderen. Ze
zouden de hele dag thuis zitten. Dat zou niet goed zijn voor de kinderen. Wij
vragen deze mensen dan wat ze bedoelen met socialisatie. Van wie leren kinderen
omgaan met elkaar? Welke positieve en welke negatieve dingen leren kinderen van
elkaar? Kunnen zij zich dat ook op andere wijze eigen maken of in andere
omgevingen dan een school? Als je socialisatie ziet als omgaan met anderen, dan
kunnen contacten met mensen van alle leeftijden bijdragen tot oefening en
verbetering van het sociale gedrag. Vaak zeggen mensen dan dat daar wel wat in
zit.” Uit onderzoeken in de VS en Canada is gebleken dat de sociale vaardigheden
van kinderen die thuis onderricht worden over het algemeen goed of zelfs beter
zijn dan kinderen die het reguliere onderwijs volgen. De meeste thuis onderwezen
kinderen nemen namelijk deel aan naschoolse activiteiten, zoals sport, cultuur
(muziek- of tekenlessen), padvinderij en activiteiten die georganiseerd worden
door een kerk. Wat doen kinderen eigenlijk tijdens de lessen als ze thuis
onderwijs krijgen? Er zijn thuisonderwijzers die hun kinderen zelf laten
beslissen wat en wanneer ze willen leren. Er komen in dat geval nauwelijks tot
geen lesboeken aan te pas en de kinderen leren in de praktijk. Dit wordt ook wel
inschoten genoemd. Aan de andere kant zijn er ouders die een bepaalde,
zelfgekozen lesmethode volgen (zoals Steven en Jantien). En tussen deze polen
zijn natuurlijk veel variaties mogelijk. De meeste huisonderwijzers vertellen
dat ze in hun programma meer tijd overhouden voor praktijklessen zoals koken, in
de tuin werken, huishouden en dergelijke. De meeste ouders vinden het erg
belangrijk dat ze zelf het programma kiezen dat hun kinderen volgen. Op die
manier hebben ze dus inzicht in en controle over wat de kinderen leren en over
het niveau waarop de kinderen werken en waartoe ze in staat zijn. Ze kunnen zo
inspelen op de sterke en zwakke kanten van hun kinderen. “We kunnen de kinderen
persoonlijk begeleiden en het maakt de kinderen leergierig,” aldus Steven. “Het
is ook niet erg als een kind op verschillende niveaus zit voor verschillende
vakken.”



Jantien: Ik voel me heel erg verantwoordelijk!


Jantien: “Ik denk dat de meeste thuisonderwijzende ouders een grote
verantwoordelijkheid voelen voor het onderwijzen van hun kinderen. Wij moeten
beslissen wat belangrijk is en wat niet. Wij moeten een programma opstellen dat
aangepast is aan de kinderen en dat kwaliteit biedt. Voor ons en voor veel
andere ouders betekent dit dat we uitgeverijen en boekenbeurzen napluizen, naar
scholen of kinderrechtswinkels gaan, lessen en toetsen vragen aan bevriende
leerkrachten.”


Oplossing lerarentekort?


Henk Blok noemt in zijn artikel in de Volksdrank van 4 april 2002.
thuisonderwijs een ‘onbeproefd middel tegen het lerarentekort.’ Blok: “Het
aantal vacatures in het onderwijs is sinds 1995 meer dan verdubbeld en scholen
ondervinden steeds meer problemen bij het vervullen van vacatures. In het
afgelopen schooljaar 2000/2001 is het aantal vacatures in het basisonderwijs
gestegen tot 6.750 en in het voortgezet onderwijs tot 3.500.” Blok rekent
hierbij uit dat wanneer je uitgaat van een gemiddelde klassengrootte van
vijfentwintig leerlingen, men kan bedenken dat enkele honderdduizenden
leerlingen tussen vier en achttien jaar geconfronteerd worden met de gevolgen
van het lerarentekort (te grote klassen, lesuitval, invalleraren, onbekwame of
onbevoegde leraren, en dergelijke). “Als je er dan hypothetisch van uitgaat dat
in de toekomst één procent van de schooljeugd geen school-, maar thuisonderwijs
krijgt, gaat dit dan om circa 28 duizend jongeren. Wanneer je dan nog steeds
uitgaat van een gemiddelde klassengrootte van 25 leerlingen, betekent dit een
besparing van 1.100 fulltime leraren, dan wordt duidelijk dat het toestaan van
thuisonderwijs zeker een bijdrage zou kunnen leveren aan het oplossen van het
lerarentekort,” aldus Blok. Natuurlijk zullen niet ineens duizenden ouderparen
thuisonderwijs gaan geven. Er zijn veel mensen die het niet zien zitten om zelf
te doen of die er überhaupt geen heil in zien om hun kinderen thuisonderwijs te
(laten) geven. Wat de overheid zou kunnen doen om de mensen bewust te maken van
de mogelijkheid van thuisonderwijs, is het stimuleren van ouders en kinderen,
door bijvoorbeeld een kenniscentrum op te richten waar thuisonderwijzende
gezinnen terecht kunnen. Zeker in het kader van de Europese eenwording, lijkt
het voor de hand liggend om ouders in Nederland te informeren over
thuisonderwijs. Behalve in Duitsland, is thuisonderwijs in de rest van de landen
om ons heen legaal.



Wat gaat dit kosten??


Kanttekeningen


Maar zijn er dan helemaal geen bezwaren? Wat gaat dit allemaal kosten? Ouders
die thuis willen onderwijzen, zullen wellicht hun baan op moeten zeggen om thuis
bij de kinderen te zijn. Wordt dit gecompenseerd? Hoeveel geld krijgen deze
ouders van de overheid als schoolgeld? En hoe zit het met misbruik? Mensen die
kwaad willen, doen alsof ze hun kinderen thuisonderwijs geven. Er doemt een
beeld op van kinderen die op straat zwerven en ouders die zich verrijken. Hoe
vindt controle plaats? Moeten ouders geen lesbevoegdheid hebben om hun kinderen
te onderwijzen? En hoe zit het met het toetsen van de kennis en vaardigheden van
kinderen? Mag je ouders dwingen om hun kinderen te (laten) toetsen? Wat zeggen
de verschillende politieke partijen over dit onderwerp? Allemaal vragen waar de
voor- en tegenstanders van thuisonderwijs voor zichzelf een antwoord op hebben
bedacht, maar waar de overheid nog niet voldoende over nagedacht heeft, omdat er
simpelweg (nog) geen goede wetgeving voor ontwikkeld is. Voordat het
thuisonderwijs als echt alternatief gepresenteerd kan worden, moeten er nog veel
vragen worden beantwoord.


Literatuur


Blok, H. (2001 a). De effectiviteit van thuisonderwijs: een overzicht van
onderzoeksresultaten.
UVA, SCO-Kohnstamm Instituut, Amsterdam.


Blok, H. (2001 b). Thuisonderwijs is onbeproefd middel tegen
lerarentekort.
Volkskrant, 4 april.


Ray, B.D. (1992) Marching to the Beat of Their Own Drum! A Profile of Home
Education Research.
Home School Legal Defense Association. Paeonian
Springs, Virginia.


Wakelkamp, A.H.N. (1996). Een ongehoorde keuze: huisonderwijs als
alternatief naast schoolonderwijs.
Scriptie Hogeschool Arnhem Nijmegen.


Door Mirjam Koopmans-van Wijk