2007: naast de uitspraken op deze pagina zijn er nog een aantal gunstige vonnissen. Voor informatie, zie o.a. de artikelen op deze site en raadpleeg thuisonderwijzers op de diverse mailinglists welke zaken van toepassing zijn in uw specifieke geval. Voor een voorbeeldbrief naar laatste inzichten zie eerste kennisgeving en bijbehorende toelichting op de website van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs, www.thuisonderwijs.nl.
Overzicht van alle mensenrechtenverdragen
Een in oktober 2002 voor de kantonrechter
behandelde zaak van leerplichtvrijstelling leverde ontslag van rechtsvervolging
en daarmee leerplichtvrijstelling op. De ouders in die zaak baseerden hun
richtingbedenkingen op Holisme
en Attachment Parenting.
De kantonrechter was onder meer het volgende van mening:
“Het is niet de bedoeling van de wetgever
geweest dat de rechter zich (…) zou
begeven in een toets van het gewicht van de gevoelde bezwaren. Wel dient de
(kanton)rechter te onderzoeken of de bezwaren de richting van onderwijs
betreffen, hetgeen impliceert dat onderzocht dient te worden of die bezwaren
inderdaad van levensbeschouwelijke aard zijn.
Daarbij dient overeenkomstig de bedoeling van de wetgever en overeenkomstig de
daaraan in de loop van de geschiedenis van de leerplicht in Nederland gegeven
zin een ruime betekenis toegekend te worden aan het begrip 'richting', resp. de
bezwaren van levensbeschouwelijke aard. Waar in het verleden diepgevoelde
religieuze bezwaren voldoende zijn geacht (ook al waren die bezwaren voor
'buitenstaanders' niet altijd even inzichtelijk of 'invoelbaar') voor de
toepassing van het bepaalde in artikel 5 sub b van de Leerplichtwet 1969 dient
dit in het huidig tijdsgewricht evenzeer te gelden voor diepgevoelde bezwaren
van levensbeschouwelijke aard, ook als die niet van religieuze aard geacht
worden te zijn.
De ten aanzien van het begrip 'richting' in de jurisprudentie met betrekking
tot de stichting van onderwijsinstellingen gegeven uitleg leidt niet tot het
oordeel dat in casu geen beroep op art. 5 sub b gedaan kan worden. De door
verdachte aangehaalde 'holistische levensovertuiging' kent ook in Nederland
voldoende 'volgelingen' om in de zin van het begrip 'richting' als voldoende
breed verspreid te kunnen gelden.
Nu niet is gesteld of gebleken dat zich in de regio(…) - anders dan onweersproken elders in
Nederland het geval is volgens verdachte - een onderwijsinstelling bevindt ten
aanzien waarvan de bezwaren vanuit de holistische levensovertuiging niet
(kunnen) bestaan, dient het verweer van de Officier van Justitie te worden
verworpen dat verdachte concreter (lees: meer geďndividualiseerd) dan zij
gedaan heeft dient aan te tonen dat haar bezwaren alle scholen in de regio
(…) betreffen.”
De kantonrechter had van tevoren Dr. H.
Blok’s onderzoeksverslag over de effectiviteit van thuisonderwijs gelezen,
en hij uitte daar bij aanvang van de zitting mondeling zijn waardering over.
Stuur voor een volledige, anonieme versie van dit vonnis een verzoek naar info@thuisonderwijs.net.
Een andere strafzaak van richtingbedenkingen, ook met holisme als levensbeschouwing,
diende op 30 januari 2003 voor de Kantonrechter van Zutphen en leidde ook tot
erkenning van leerplichtvrijstelling. Je mag je afvragen wat de persoonlijke
mening over de Leerplichtwet 1969 is van een rechter die in zijn vonnis
schreef: “Omdat het thuisonderwijs in kwestie in Engeland volledig
geaccepteerd is en daarbij ook goed georganiseerd hebben de verdachte en haar
echtgenoot uiteindelijk besloten per 1 februari 2003 naar dat land te verhuizen.”
Ook deze kantonrechter had tevoren Dr. H.
Blok’s onderzoeksverslag gelezen.
Een uitspraak op 15 december 2006:
Kantonzaak, leerplichtwet. Art. 8 lid 2 Leerplichtwet (beperking van de mogelijkheid om vrijstelling te verkrijgen voor inschrijving op een school) is in strijd met art. 9 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en art. 2 van het Eerste Protocol bij het EVRM.
De volledige uitspraak staat op: http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=AZ4581
Juridisch verweer tegen een Raad voor de Kinderbescherming die een ondertoezichtstelling aanvraagt, louter
omdat de ouders weigeren hun thuis onderwezen kinderen jaarlijks te laten
toetsen en door een pedagoog te laten beoordelen, en het vonnis in die zaak. Voor de
kinderrechter vormde deze weigering geen reden voor enige maatregel. Zij liet expliciet buiten beschouwing of de ouders met
het verstrekken van thuisonderwijs in overtreding waren van enige bepaling van
de Leerplichtwet. De beoordeling hiervan was volgens haar voorbehouden aan de
strafrechter. Verder schreef zij onder meer:
“De ouders zijn zeer gemotiveerd om
thuisonderwijs te geven. Zij beschikken over in Nederland toegepaste
lesmethodes op het gebied van rekenen en taal, lesmateriaal van de vereniging
van thuisonderwijs en ze zijn in het bezit van de leerdoelen van het
basisonderwijs in Nederland.
De ouders hebben oog voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. De kinderen
bezoeken meerdere clubs waar ze andere kinderen ontmoeten. Ook spelen zij met
andere kinderen, getuige een aantal door de ouders overgelegde adhesiebetuigingen. (…)
Mitsdien is de kinderrechter van oordeel dat de ouders voldoende oog hebben
voor de ontwikkeling van hun kinderen. Gelet op bovenstaande dienen zij dan ook
in staat te worden geacht eventuele problemen bij de kinderen te signaleren en
hulp voor het oplossen van die problemen te zoeken. Tot een jaarlijkse
controle, verricht door een pedagoog, kunnen de ouders op basis van art. 1:251
BW (ondertoezichtstelling) niet worden verplicht.”